All along the watchtower

Uitvoerende(n): Jimi Hendrix
Tekst: Bob Dylan

Klik hier voor de volledige tekst || Beluister een fragment

Jimi Hendrix (1942-1970) behoort, samen met o.a. Janis Joplin en Jim Morrison, tot de jong gestorven poplegenden van de jaren zestig. Ondanks het feit dat hij al op 27-jarige leeftijd aan een overdosis slaappillen overleed, is hij een van de invloedrijkste gitaristen van de jaren zestig en heeft hij een indrukwekkend oeuvre nagelaten. In zijn nummers speelt zijn zeer virtuoze en gedreven gitaarspel steevast een centrale rol. Hij scoorde hits met nummers als Hey Joe, Purple haze en The wind cries Mary. Onvergetelijk is zijn live-uitvoering van de Troggs-hit Wild thing, en ook The star-spangled banner, zijn grimmige vertolking van het Amerikaanse volkslied als protest tegen de Vietnam-oorlog op het Woodstock-festival, staat in het collectieve geheugen van een hele generatie gegrift.

Van zijn vertolking van Bob Dylans nummer All along the watchtower heeft Dylan zelf gezegd dat die niet te overtreffen is, en ik kan hem daarin alleen maar gelijk geven. De combinatie van Hendrix' furieuze gitaarspel met Dylans duistere, poëtische tekst op een melodieuze basislijn zorgt voor een heel speciaal effect en maakt dit nummer tot een van de toppers van de popmuziek van de jaren zestig. Je wordt er telkens weer door meegesleept als je het hoort; 'luisteren naar' gaat als vanzelf over in 'opgaan in'.

In de tekst gaat het niet om zomaar een gemoedelijk babbeltje tussen de Nar en de Dief, al lijkt het daar in eerste instantie heel even op. Het gaat om alles, om leven of dood.

De Nar beklaagt zich dat alles hem door de handen glipt, dat hij zich bestolen en misbruikt voelt door de gevoelloze, ongeïnteresseerde buitenwereld. Hij is het duidelijk eens met Sartres uitspraak L'enfer, c'est les autres.
De Dief werpt tegen dat daar iets tegenover staat: zij tweeën behoren tot de bevoorrechten: zij leven er niet blindelings op los zoals de anderen, zij doorzien dat het leven meer is dan een grap, zij zeggen waar het op staat. Zij zijn voorbereid op het ergste.

Dat lijkt zich in de cryptische derde strofe inderdaad aan te kondigen: prinsen houden de wacht, vrouwen en bedienden dribbelen nerveus heen en weer, een wilde kat gromt buiten in de kou, de wind wakkert aan en in de verte naderen zelfs een paar apocalyptische ruiters.
Hoe onzeker en dreigend de sfeer ook is en wat er ook te gebeuren staat, één ding is duidelijk: de Nar en de Dief zullen het noodlot met opgeheven hoofd in de ogen zien.



Copyright © 2003 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Terug naar de pagina 'Popnummers'