Twee cowboys

Titel: Rhinestone cowboy
Uitvoerende(n): Glen Campbell
Tekst: Larry Weiss

Klik hier voor de volledige tekst || Beluister een fragment

Titel: Bronco Bill's lament
Uitvoerende(n): Don McLean
Tekst: Don McLean

Klik hier voor de volledige tekst || Beluister een fragment

De twee hier besproken popnummers zijn beide afkomstig uit de jaren '70. 'Bronco Bill's Lament' staat op het album 'Don McLean' uit 1972, waarvan een andere track, 'Dreidel', begin 1973 een bescheiden hitje was in Nederland. 'Rhinestone cowboy' stond in het najaar van 1975 in de hitlijsten.

Beide liederen gaan over nepcowboys: artiesten die spelen dat ze cowboys zijn en in een show vol glitter en glamour trachten de gloriedagen van het Wilde Westen te laten herleven. Ze doen hun werk voor een hongerloontje; de enige die er echt wijzer van wordt, is de baas van het spul, bijgestaan door een aantal geslepen juristen.

De twee nummers zijn inhoudelijk elkaars spiegelbeeld. De ik van Glen Campbell droomt van een carrière als showcowboy in de schijnwerpers, terwijl die van Don McLean juist met wrange gevoelens op een dergelijke carrière terugkijkt.

De ik-persoon in het lied van Glen Campbell is het tot nu toe niet voor de wind gegaan, maar hij houdt de moed erin. Hij weet wat er in de wereld van de showbizz te koop is, beweert hij: het is een en al gekonkel en met vriendelijk glimlachen alleen red je het niet. Je zult het op een akkoordje moeten gooien voor je tegen een bloedrode horizon kunt wegrijden op je paard. Desondanks is hij er rotsvast van overtuigd dat het hem zal lukken een rhinestone cowboy te worden. Hij zegt niet 'ik wil' of 'ik zou graag', maar 'ik zál': I'm gonna be where the lights are shinin' on me. Waardoor dit optimisme wordt gerechtvaardigd is een raadsel, want in de tweede strofe van het lied vernemen we dat 's mans enige bezit bestaat uit een muntje voor de metro en een dollar die hij in zijn schoen heeft verstopt. Niettemin werkt zijn enthousiasme aanstekelijk op de luisteraar.

Ook de ik-figuur van Don McLean droomde als jongeman van een bestaan als cowboy. Bij hem is de droom in vervulling gegaan, maar nu hij als oude man op zijn leven terugkijkt, ziet hij helaas weinig wat hem tevreden stemt. Hij heeft zijn hele leven hard gewerkt, liedjes gezongen en gitaar gespeeld op een fonkelend opgetuigd paard, slechts om te constateren dat geen mens hem nog kent en dat hij berooid is achtergebleven. Zijn gitaar en zijn paard waren eigendom van de studio, alleen de revolver aan de muur is van hemzelf. O, wat zou hij al die gladde jongens die hem destijds wurgcontracten hebben laten tekenen, al die voyeurs and lawyers, graag een kogel door hun kop jagen met dat ding! Oh God, how I worked my youth away! is de jammerklacht die aan het eind van elk couplet terugkeert. En als klap op de vuurpijl onthult hij dan ook nog dat hij helemaal niet echt zong: hij moest al zijn liedjes playbacken omdat hij totaal onmuzikaal is...

Konden ze maar even met elkaar praten, de vervaarlijk opgewekte ik-figuur van Glen Campbell en de verbitterde oude man van Don McLean! Kon de Glen-ik maar aan de Don-ik vragen hoe zo'n leven nou bevalt, en kon de Don-ik de Glen-ik maar op het hart drukken dat hij wat anders moet gaan doen -- alles liever dan dit!

Maar eigenlijk had die Glen-ik dat natuurlijk allang kunnen weten, want Don McLeans klaaglied was al ruim drie jaar in alle platenwinkels verkrijgbaar op het moment dat Glen Campbells cowboy jubelend de hitladder beklom.



Copyright © 2006 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Terug naar de pagina 'Popnummers'