Homburg

Uitvoerende(n): Procol Harum
Tekst: Keith Reid

Klik hier voor de volledige tekst || Beluister een fragment

Het nummer Homburg van Procol Harum werd uitgebracht in 1967. Het is een van de klassiekers uit het poprepertoire geworden; het heeft dertig jaar later nog nauwelijks iets van zijn betovering en zijn emotionele lading verloren. Als de eerste akkoorden weerklinken, kijk je als vanzelf op, draait het volume harder en zet je tot luisteren. Het nummer heeft iets over zich waardoor het anders klinkt dan andere nummers die je op de radio hoort. Dat geldt nu natuurlijk sowieso, maar het gold ook al in de tijd dat het nummer uitkwam.

De tekst van het nummer heeft een hoog poëtisch gehalte. Tekstschrijver Keith Reid heeft getracht distantie te scheppen door de persoon waar het in het liedje over gaat aan te spreken met you; een 'jij-gedicht' dus, een bekende manier om iemand als het ware van een afstand toe te spreken, maar tegelijkertijd zozeer van binnen dat die toegesprokene eigenlijk alleen maar de schrijver zelf kan zijn. In zowel het Nederlands als het Engels kan dat ook makkelijk, omdat je respectievelijk you ook gebruikt kan worden in de betekenis 'men'. Iemand die over iets vertelt wat hij heeft beleefd, kan heel goed zeggen: 'Tja, daar sta je dan, en wat doe je dan?' Iedereen begrijpt dat zonder erbij na te denken.

In een gedicht of songtekst heeft dit enerzijds een zeker vervreemdend effect, terwijl de tekst tegelijkertijd een soort universele geldigheid krijgt, waardoor het voor de schrijver makkelijker wordt om over zeer persoonlijke dingen en problemen te schrijven.

De eerste twee regels van Homburg vertellen ons meteen het probleem waarmee de schrijver worstelt: Your multilingual business friend/ has packed her bags and fled. Een man is in de steek gelaten door zijn vriendin en moet dit emotioneel verwerken. Over de identiteit van de man of de vrouw komen we verder weinig te weten, maar wel is duidelijk dat hun contact voordat het persoonlijk werd in eerste instantie zakelijk was en dat ze in hotels de liefde bedreven. De man zit nu, alleen achtergelaten, in zo'n hotel en laat de voorbije verhouding aan zijn geestesoog voorbijtrekken. Hij is langzaam bezig door te draaien; aan het eind is hij misschien wel gek.

De man keert zich volledig naar binnen, gaat op allerlei minieme dingetjes letten en in allerlei details aanwijzingen zien. De spiegel in zijn kamer 'beklimt' de muur weer, nadat hij eerder van zijn vriendin weg moest omdat ze niet tegen het ruimtelijke effect kon dat hij teweegbracht (en dat kennelijk vanuit het bed zichtbaar was).

In het refrein horen we dat de man zijn uiterlijk en kleding niet meer verzorgt; gesuggereerd wordt dat de vrouw iets tegen hem heeft gezegd als 'Wat zie je er toch altijd slordig uit.' Met zijn lange regenjas en zijn slappe hoed heeft hij iets weg van een volkomen misplaatste detective. Of misschien is dat wel de business waarmee hij zich bezighoudt. Misschien -- we zijn nu toch aan het speculeren -- is de vrouw zelfs wel een van ontrouw verdachte echtgenote die hij moest schaduwen!

In het tweede couplet wordt de eenzaamheid van de man zo ver uitgebreid tot die de hele wereld (en zelfs het heelal) omvat. Het machteloze gevoel dat hij heeft wordt absoluut. Dit wordt ingeleid met een zeer sprekend beeld: de klok waarvan de wijzers achteruit draaien. Hier wordt (op concreet niveau) kennelijk terugverwezen naar de spiegel die in het eerste couplet zo'n belangrijke rol speelde. Als de wijzers elkaar ontmoeten, zullen ze zichzelf en iedereen die het waagt te zeggen hoe laat het is vernietigen, zo horen we. Met dat 'elkaar ontmoeten' (on meeting) wordt volgens mij bedoeld dat de echte klok/tijd op de markt (de andere mensen, het dagelijks leven dat doorgaat) de gespiegelde klok/tijd in de hotelkamer (de dolgedraaide, eenzame wereld van de man) ontmoet. Dit geeft een kortsluiting, iets wat je zou kunnen aanduiden als het ineenvloeien van tijd en tegen-tijd. Niets kan meer bestaan, alles lost op in zichzelf: het einde van de wereld en het heelal is gekomen.

Al met al vind ik het heel knap om met zo weinig simpele woorden zo'n heftige emotie uit te drukken. De tekst heeft een intensiteit die zelfs bij Procol Harum uniek is. In andere bekende nummers van deze groep (A whiter shade of pale, A salty dog) overheerst meer de geheimzinnigheid -- het niet precies weten waar je aan toe bent, een droomachtige sfeer -- dan de heftige wanhoop van Homburg.

De muziek steekt ietwat mager af bij de tekst. Een simpele begeleiding van piano, orgel, bas en slagwerk, met zware, haast bombastische accenten (de stijl die de groep later perfectioneerde op het album Grand hotel). De tekst -- althans die van de coupletten -- is veel meer overeind gebleven na al die jaren; het is bijna een gedicht.



Copyright © 1978, 1981 & 1998 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Terug naar de pagina 'Popnummers'