HORROR VACUI

Op een mailinglijst waarbij ik aangesloten ben ontspon zich dezer dagen een discussie over het verschijnsel dat het laatste koekje altijd op de schaal of in de trommel blijft liggen omdat niemand het wil pakken.

Sommige mensen blijken speciale benamingen voor dat laatste koekje te kennen, zoals 'schaamtebrok', 'winkeldochter' of 'beleefdheidskoekje'. Ook in andere Europese talen bestaan dat soort benamingen; het gaat dus kennelijk om een internationaal bekend verschijnsel. Er worden ook wel vaste formuleringen gebruikt om gasten aan te sporen het koekje toch vooral wél te nemen: 'Wat heeft die misdaan?', 'Waarom mag die niet meedoen?', 'Wie pakt het weeskind?', 'Wat zijn we toch beschaafd!' In Engeland schijnt men wel te zeggen: 'A beautiful wife or ten thousand a year?', net zoals men in Griekenland uitroept: 'Alle meisjes voor jou?' als iemand aarzelt om het laatste slokje uit een karaf wijn te nemen. In Frankrijk zou de gastheer of -vrouw de gasten soms aansporen hem of haar l'honneur du plat te bewijzen.

De verklaring die meestal wordt gegeven voor het vermijden van het laatste koekje, is -- zoals uit sommige namen al blijkt -- schaamte. Niemand wil degene zijn die de voorraad opmaakt, want dat staat gulzig, asociaal, hebberig. Wat wellicht ook meespeelt, is de gedachte dat er wel iets met het koekje mis zal zijn als niemand het wil hebben. Zo blijven in de supermarkt vaak ook de paar laatste pakken melk eenzaam in het schap staan.

Een prozaïsche, minder beschaafde motivatie voor het beschreven gedrag kan de ongeschreven regel zijn dat 'wie opmaakt moet aanvullen'. De simpele handeling van het nemen van één koekje brengt dan dus een heleboel werk met zich mee -- er moet een nieuw pak worden gezocht of, God verhoede, zelfs nog gekocht! -- en is daarmee niet 'lonend' meer. Het voordeel weegt niet op tegen de vereiste investering aan tijd en moeite die erop volgt. Het vermijdingsgedrag komt dan gewoon voort uit luiheid, gemotiveerd met de a-posteriori-redenering dat, als er nog minstens één koekje over is, de voorraad niet op is en er dus geen actie hoeft te worden ondernomen.

Maar het vreemde is dat ik die weerstand tegen het nemen van het laatste koekje ook heb als ik alleen thuis ben en er dus van schaamte of groepsdwang geen sprake kan zijn. Ook luiheid werkt in dit geval niet in mijn voordeel, want er is niemand anders die ik met het vervelende werk zou kunnen opzadelen. Er moet dus nog iets anders meespelen.

Waar dat andere ten diepste op neerkomt, is volgens mij horror vacui, angst voor het niets. In dat licht bezien is de stap van twintig koekjes naar één koekje veel kleiner dan die van één koekje naar geen koekje: in het laatste geval maak je van iets niets, en dat is beangstigend. Ga maar na: zolang er nog één koekje is, is er nog iets waarover geen misverstand en geen discussie kan bestaan. Maar als er geen koekjes meer zijn, zijn er niet alleen geen koekjes meer, maar ook geen chocolaatjes, geen stukken cake, geen taartjes, geen bokkenpootjes, geen... noem maar op. Er is helemaal niets, een gapende leegte!

Het aanvullen kan zo een moeilijke taak worden: wát moet er worden aangevuld? Moet er een nieuw initiatief worden ontplooid, moet er iets anders worden aangeschaft dan er eerst was? Is dat dan eigenlijk nog wel 'aanvullen'? In het uiterste geval kan dit op een haast existentiële angst uitdraaien waarbij men als het ware verlamd wordt door de oneindige mogelijkheden.

Zo ziet men dat het zaak blijft de voors en tegens terdege af te wegen alvorens men dat laatste koekje pakt. Caveat emptor!



Copyright © 2013 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Terug naar de pagina 'Artikelen'
Terug naar mijn homepage