I giardini di marzo / In maart tooien de tuinen zich

Titel: I giardini di marzo
Uitvoerende(n): Lucio Battisti
Tekst: Giulio Rapetti Mogol

Il carretto passava e quell'uomo gridava: 'Gelati!'
Al ventuno del mese i nostri soldi erano già finiti
Io pensavo a mia madre e rivedevo i suoi vestiti
Il più bello era nero e coi fiori non ancora appassiti

All'uscita di scuola i ragazzi vendevano i libri
Io restavo a guardarli cercando il coraggio per imitarli
Poi sconfitto tornavo a giocar con la mente e i suoi tarli
E la sera al telefono tu mi chiedevi: 'Perché non parli?'

Che anno è, che giorno è
Questo è il tempo di vivere con te
Le mie mani come vedi non tremano più
E ho nell'anima, in fondo all'anima
Cieli immensi e immenso amore
E poi ancora, ancora amore, amor per te
Fiumi azzurri e colline e praterie
Dove corrono dolcissime le mie malinconie
L'universo trova spazio dentro me
Ma il coraggio di vivere, quello ancora non c'è.

I giardini di marzo si vestono di nuovi colori
E le giovani donne in quel mese vivono nuovi amori
Camminavi al mio fianco, ad un tratto dicesti: 'Tu muori'
'Se mi aiuti son certa che io ne verrò fuori'
Ma non una parola chiarì i miei pensieri
Continuai a camminare lasciandoti attrice di ieri

Che anno è, che giorno è...

In maart tooien de tuinen zich
 
 

Het karretje kwam voorbij en de man riep: 'IJsjes!'
De eenentwintigste van de maand was ons geld al op
Ik dacht aan mijn moeder en zag haar jurken weer voor me
De mooiste was zwart met nog niet verwelkte bloemen

Bij de uitgang van de school verkochten de jongens hun boeken
Ik stond naar ze te kijken en wou dat ik het ook durfde
Ik wendde me verslagen af en verloor me in mijn muizenissen
En 's avonds aan de telefoon vroeg je: 'Waarom zeg je niks?'

Welk jaar is het, wat voor dag is het
Dit is de tijd om met jou te leven
Zoals je ziet trillen mijn handen niet meer
En in gedachten, diep in gedachten
Zie ik weidse luchten en een weidse liefde
En meer liefde, nóg meer liefde voor jou
Blauwe rivieren, heuvels en weilanden
Doortrokken van mijn eigen zoete melancholie
Binnen in mij is plaats voor het hele heelal
Maar de moed om te leven, die heb ik nog steeds niet.

In maart tooien de tuinen zich met nieuwe kleuren
En beleven de jonge vrouwen nieuwe liefdes
Jij liep naast me en zei zomaar opeens: 'Jij gaat dood'
En: 'Als jij me helpt, weet ik zeker dat ik eruit kom'
Maar geen woord kwam mijn gedachten verhelderen
En ik liep door en liet jou achter, actrice van gisteren

Welk jaar is het, wat voor dag is het...

Terug



Copyright © 2013 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>