twee gedichten


I

als ik stil zit, m'n oren open,
geruis in bomen en misbaar van timmerlui,
en kijk naar het virtuele beeld
van een melkglazen kandelaar met barst
in een helder glas water, waaruit
de Winsumse spoorwegbloem (flos
winsemia ferroviaria S.) zijn leven
zuigt en toch zijn gele blaadjes los
laat, één voor één, verbaasd dat
men origineel en beeld tegelijk kan zien
(zet dit Escher nu op losse schroeven?),
besef ik maar half, de gevolgen nog
niet weten kunnend, dat van dat
nieuwe tijdperk en het oude komt
nooit weer.  wat ik wel heb vergeet
ik maar even, zodat, veilig en zich
volkomen terecht geschapen wanend,
enige tranen als doorzichtige zwanen
geluidloos omlaag kunnen snellen en
zich zelfopofferend voegen bij
de levenssappen van de winsemia.


II

als ik stil zit, m'n ogen open,
gepraat in oren in misbaar van ouwelui,
en kijk naar het virtuele beeld
in het melkglazen lamplicht, als door
een glas helder water, waaruit
de Zweedse poëzie (den
svenska poesien) zijn klanken zuigt
-- en toch laten haar gele blaadjes
los, één voor één -- verbaasd dat
men zo veel én zo weinig weten kan
(zet dit Plato nu op losse schroeven?),
besef ik maar half, de gevolgen
nog niet meten kunnend, dat van dat
verlangen en het komt toch nooit
eens uit.  wat ze wel zijn vergeet
ik maar even, zodat, diep van binnen
en zich volkomen onbespied wanend,
enige gedachten als glanzende zeepbellen
geluidloos kunnen exploderen en
zich knarsetandend voegen bij
de galerij van toch te veel verwacht.



Copyright © 1985 Wim Scherpenisse <info@wimscherpenisse.nl>
Naar het alfabetisch overzicht van alle gedichten
Naar het chronologisch overzicht van alle gedichten